Ok, die vorige plaat van Thee Oh Sees was niet best, maar dat is de band van John Dwyer direct vergeven. Daarvoor heeft de band te veel mooie platen gemaakt en zelfs op dat zwakke Putrifiers II staan toch nog een paar nummers die de toets der kritiek kunnen doorstaan. De vraag was daarom ook of de volgende plaat van Thee Oh Sees een terugkeer naar de vorm van weleer is. Dat is Floating Coffin zeker. Sterker nog, Floating Coffin behoort tot het beste werk in het toch niet misselijke oeuvre van de band uit San Francisco. De bas en de drums zorgen voor een hypnotiserende uitwerking, terwijl de zang ergens achter in de mix zit ten faveure van de zompige gitaren. Thee Oh Sees spot op Floating Coffin met alle weten van de zwaartekracht. Deze plaat zweeft ergens ver weg en verandert constant van vorm en inhoud. De opgefokte psychedelische, melodieuze garagerock wordt naar een hoger niveau getild, alsof de band bezig is een geheel eigen genre te creëren. Floating
Coffin eindigt met het treurig stemmende Minotaur. Zelfs de teksten zijn op Minotaur duidelijk hoorbaar, waarmee de band weer helemaal back to earth is. Alsof de vreemde trip van de negen voorafgaande nummers nooit is voorgevallen. Weergaloze plaat.
Oog & oor: Minotaur - Thee Oh Sees
Zoveel elektronische muziek landt er over het algemeen niet op Planet Trash. Die platen bevinden zich meestal in een heel ander zonnestelsel. Ergens ver weg en dat is vaak maar goed ook. Vorige maand kwam Black Bug echter op bezoek met het duistere Reflecting The Light. In de slipstream heeft ook het uit Haarlem afkomstige Treasure Of Grundo zijn weg weten te vinden. Treasure Of Grundo heeft slechts 300 exemplaren van de debuut-lp Dýsantzú laten drukken. De acht nummers laten zich kenmerken door veelvuldig geëxperimenteer zonder dat er veel afstand wordt genomen van een mooi popliedje. Ook de gitaar is nooit ver weg en zorgt ervoor dat er van een keurig gepolijst geluid geen sprake kan zijn. IJsland blijkt een belangrijke inspiratiebron te zijn, maar Dýsantzú doet meer denken aan donkere, koude en vervreemde melancholie uit het begin van de jaren '80. Kille wave dat zich berustend laat onderdompelen in een verziekte wereld waarin al lang afstand is genomen van hoop op verbetering in de nabije toekomst. Al mag er zo nu en dan even gedanst worden. Dýsantzú is verschenen op het eveneens uit Haarlem afkomstige Geertruida label.
Oor: Myr - Treasure Of Grundo
In mijn stukje over de eerste single van Fuzz sprak in de hoop uit dat er spoedig een lp zou verschijnen van het duo. Die is ondertussen in de maak, met Chris Woodhouse die het geheel als producer in goede banen moet te zien leiden. Tot die tijd mogen we het doen met de tweede single van Fuzz. Ik dacht dat Fuzz een duo was bestaande uit Ty Segall en Charlie Moothart, maar op het hoesje staat een derde persoon. Dit blijkt Roland Cosio te zijn, die in het verleden ondermeer in Epsilons en Charlie And The Moonhearts heeft gespeeld. Sleigh Ride op kant a is een proto-metalnummer in zeer onzuivere vorm. Het andere nummer heeft als titel You Won't See Me. Blues wordt vermengd met Black Sabbath-riffs en zodra het kan wordt het hele zaakje overgoten met de broodnodige fuzz. De eerste single geniet de voorkeur, maar deze mag er ook zijn.
Oor: Sleigh Ride - Fuzz
Het is de kunst om een band tijdig de rug toe te kunnen keren. Er zijn nou eenmaal te veel bands die niet van ophouden willen weten en nog een keer een plaat uitbrengen en nog een keer gaan touren. Alsof er de vorige keer en die keer daarvoor al niet genoeg was uitgemolken. Dat tijdig de rug toe keren gaat mij steeds beter af, al zal ik het nooit volledig onder de knie krijgen. In het geval van The Thermals is dat maar goed ook, want hoewel ik dit jaar al enkele harde keuzes heb moeten maken om sommige nieuwe platen van bands waarvan ik het vroegere werk erg waardeer compleet te negeren, kon ik het me niet over mijn hart verkrijgen datzelfde te doen met Desperate Ground van The Thermals. Deze zesde plaat van het uit Portland afkomstige trio gaat terug naar de beginperiode van de band. Terug naar de eerste twee platen. Terug naar More Parts Per Million en Fuckin A. Laten dat nou juist de twee mooiste platen van The Thermals zijn. Zanger/gitarist Hutch Harris spuugt nog steeds zijn woede en frustraties uit. Maar tussen alle maatschappijkritiek put hij kracht en hoop uit de liefde dat aan het eind van rit overeind blijft staat en onuitroeibaar blijkt. Ondanks alle shit waar we doorheen moeten. The Thermals mag nooit worden genegeerd.
Oog & oor: Born To Kill - The Thermals
Hij is ondertussen al drie jaar dood, maar toch verschijnt er een nieuwe single waar hij op te horen is. Jay Reatard was niet bepaald de man om zich te binden aan één band. Hij heeft er vele versleten. Zijn samenwerking met twee mannen van Goner Records, Zac Ives en Eric Friedl om precies te zijn, heet Sector Zero. Ives en Friedl mishandelen de gitaren, Reatard zelf nam plaats achter de drums. Guitar Attack is in essentie een simpel nummer waarbij men nodige gitaaraanvallen te verwerken krijgt. Op de andere kant van de single staat Hiding In My Car waarbij er naar een nacht met veel te veel drank en volledig platzak er niets anders op zit om je in je eigen auto te verstoppen. Sector Zero laat twee onbesuisde garagepunknummers horen waarbij Oblivians en Reatards op volle snelheid tegen elkaar opknallen. Het resultaat is meer dan bevredigend.
Oor: Guitar Attack - Sector Zero
WOLVON streeft duidelijkheid na. folds. begint met veel gepiep en gekraak en alras is het helder dat hier gaandeweg de lp geen einde aan zal komen. Het mooie van folds. is dat ondanks het gekraak, gepiep en de bakken gitaarherrie die uit de hemel komen kletteren het trio het tegelijkertijd voor elkaar krijgt dromerig over te komen. Dit komt vooral door de zanger, die overigens net zo makkelijk overschakelt naar de meer maniakale manier van zingen dat kenmerkend is voor enkele van de memorabele nummers van At The Drive-In. Maar ook de andere twee bandleden blijken moeiteloos over te kunnen schakelen van neurotische noise naar flarden dreampop en krautrock. WOLVON boort eerst grote gaten in je schedel, veegt vervolgens ruw de botsplinters weg om daarna heel subtiel het brein te vullen met een (oor)verdovend goedje. Een goedje met een behoorlijke nawerking. De Groningers nemen de tijd om hun punt te maken. folds. kent acht nummers, waarvan er slechts één onder de drie en een halve minuut blijft. Het langste nummer, met de weinig verhullende titel Slow Death, is een veelzijdige, emotionele trip van zes en een halve minuut. Daarna volgt afsluiter Future Truths waarin alle facetten van folds. nog één keer samenkomen.
Oog & oor: Being - WOLVON
Op de vierde langspeler van The Black Angels gebeuren geen vreemde zaken. Althans geen zaken die we niet gewend zijn van deze Texaanse band. Het is weer ouderwetse, in de meest positieve betekenis van het woord, psychedelische rock waarbij met enige regelmaat hard op het fuzzpedaal wordt getrapt. Ook die heerlijk zieke Vietnamoorlogsfeer druipt weer van enkele nummers af. The Black Angels koesteren iedere koortsdroom en gebruiken het om andere dimensies te verkennen. Vaak sijpelt het gevaar en de dreiging dan langzaam maar zeker door. In een enkel geval wordt er een vorm van verlossing gevonden. Dat laatste is echter nooit van lange duur. De boodschap op Indigo Meadow is paradoxaal. Die van Don't Play With Guns lijkt op het eerste gezicht duidelijk, maar halverwege het liedje wordt de behoefte steeds groter om onder invloed van de nodige narcotica een vuurwapen ter hand te nemen en willekeurige voorbijgangers om zeep te brengen. De charme van de waanzin van een zinloos bloedbad. Op Indigo Meadow komen de eerste drie platen van The Black Angels samen. Indigo Meadow is daarom geen stap voorwaarts voor The Black Angels, maar een consolidatie zonder
nadrukkelijk in herhaling te vallen.
Oog & oor: Don't Play With Guns - The Black Angels
Jack Hines speelde 10 jaar geleden nog een tijdje in Black Lips, tegenwoordig doet hij dat in K-Holes. In die laatste band klinken geluiden uit de donkerste spelonken van de grote stad door. Samen met zijn partner Julie Hines, die overigens ook in K-Holes speelt, gebruiken ze hun band Georgiana Starlington om de rurale kant van het bestaan te belichten. Al dekt 'belichten' in het geval van Paper Moon niet de lading, het schemert nogal op deze debuutplaat van Georgiana Starlington. Country noir wordt vermengd met dreampop, terwijl Jack en Julie Hines de vocalen afwisselen. Julie Hines doet dit op prikkelende wijze. Ze klinkt zowel zwoel als treurig. Als een zangeres die in een slecht verlichte nachtclub in een film van David Lynch terecht is gekomen. Hoe haar verdere leven ook zal verlopen, haar einde zal tragisch zijn en met dat besef zal ze het tegen wil en dank moeten doen. Ze draagt gracieus haar lot. Het tempo op Paper Moon ligt in de meeste liedjes aangenaam laag, de instrumentatie is traditioneel te noemen. Steel- en slidegitaar zijn de norm en zorgen voor een broeierige, laidback sfeer op Paper Moon. K-Holes heb ik hoog zitten en gelukkig hoef ik niet te kiezen, want deze plaat van Georgiana Starlington is me net zo dierbaar als de platen van K-Holes.
Oor: Paper Moon - Georgiana Starlington
De Afrikaanse muziek komt er op Planet Trash al tijden uiterst bekaaid af. De reden daarvoor is nogal voor de hand liggend, ik luister er nauwelijks meer naar. Toch bekruipt me een prettig gevoel tijdens het luisteren naar deze toevallig aangewaaide plaat van Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou. Afrika is nu eenmaal het continent waar ik een deel van mijn jeugd heb doorgebracht. Een continent waar ik nog dagelijks mee te maken heb. De opnames van Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou zijn een dankbaar onderwerp om op plaat uit te brengen. De band bestaat nog steeds, treedt regelmatig op en heeft in de loop der jaren meer dan 50 albums en honderden singles uitgebracht. Men is ondertussen opgehouden om de exacte aantallen bij te houden. Voor Volume 3: The Skeletal Essences of Afro Funk zijn 14 tracks gekozen uit de periode van eind jaren '60 tot begin jaren '80. En hoewel Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou zich door heel veel stijlen laat beïnvloeden, ligt de nadruk bij deze verzameling liedjes op de afrobeat van Fela Kuti, maar vooral op op vette, vibrerende funk. Analog Africa blijft verzamelplaten van deze uit Benin afkomstige band uitbrengen en ook met dit derde deel is dat volkomen terecht.
Oor: Ecoutes Ma Melodie - Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou