Wordt Johnny Cash de nieuwe Tupac Shakur? Van die laatste verschenen er na zijn dood meer albums dan voor zijn dood. Nou heeft Cash voor zijn dood in een halve eeuw al heel veel platen uitgebracht, maar er zullen ongetwijfeld nog een paar platen verschijnen met nooit eerder uitgebracht materiaal. De eerste in die reeks is American VI: Ain't No Grave. Tien nummers die in samenwerking met Rick Rubin zijn opgenomen. De eerste plaat in deze reeks kwam uit in 1994. Deze laatste plaat past perfect in de Americanserie van Cash en Rubin. Een minimale muzikale begeleiding en de stem van Johnny Cash. Drie maanden na de opnamens van deze nummers overleed hij. De liefhebbers die de vorige vijf platen hebben aangeschaft, kunnen met een gerust hart American VI: Ain't No Grave aan de collectie toevoegen. Rick Rubin is zeer respectvol met de nalatenshap van Johnny Cash omgegaan. Tien, bij vlagen huiveringwekkende, nummers over de dood. Een logisch einde van deze serie platen. We kunnen alleen maar hopen dat er geen vervolg komt.
Jarenlang waren ze met geen stok de studio in te slaan, maar na heel lang aandringen in het Goner Records toch gelukt om het echtpaar Nabors zover te krijgen dat ze hun nummers voor het nageslacht lieten vastleggen. Overnight Lows bestaat al sinds 1995 toen de Nabors hun vorige band The Comas een nekschot gaven om iets anders te proberen. In 2005 vonden ze in de persoon van Paul Artigues een drummer die in staat bleek het echtpaar het vuur nader aan de schenen te leggen. Dit trio ramt er op City Of Rotten Eyes in een half uurtje twaalf nummers doorheen. Razendsnelle nummers vol furie en scherp als een mes. Zieke riffs worden gekoppeld aan schreeuwzang van afwisselend Marsh en Daphne Nabors. Het debuut van deze uit Jackson, Mississippi komende band is er een vol van urgentie en wars van welke muzikale trend dan ook. Voor iedereen die even vergeten was hoe het ook al weer moet; zo horen garagepunkplaten dus te klinken.
Delaney Davidson speelt een belangrijke rol in de kring rond het in Bern gevestigde Voodoo Rhythm label. Gezien zijn levensstijl is hij wellicht, na de onvermijdelijke Beat-Man, de belangrijkste man die het primitieve vuur laat branden. Davidson is een geboren Nieuwzeelander, maar is vaker in andere werelddelen te vinden dan in zijn eigen land. Zijn nieuwe, derde, soloplaat Self Decapitation heeft hij 'on the road' opgenomen. Een moderne Kerouac dus. Daarnaast speelt hij in The Dead Brothers, een band die met het in 2006 verschenen Wunderkammer een bij vlagen briljante plaat heeft uitgebracht. Self Decapitation ligt in het verlengde van Wunderkammer, alhoewel Davidson nog veel meer authentieke muziekstijlen gebruikt. Het maakt van de nieuwe plaat een meeslepend stuk waar moord, verraad, hebzucht en feitelijk alles wat de mens door en door slecht maakt centraal staan. Ook minder zwaar op de hand liggende thema's passeren de revue. Soms speelt de liefde een hoofdrol en kan de naderende rampspoed voor even vergeten worden en lijkt het net alsof Self Decapitation het leven iets dragelijker maakt.
Regelmatig word ik overvallen door een gevoel dat ik een bepaald muziekgenre moet trachten te doorgronden. Meestal gebeurt zoiets volstrekt willekeurig. Zo spring ik van soul en girl groups makkelijk over naar bijvoorbeeld black metal. Momenteel zit ik in een meer psychedelische hoek. Komt goed uit, want Mondo Drag komt uit dezelfde hoek. New Rituals is een plaat die tijd nodig heeft. Niet makkelijk, maar op het moment dat de landing is ingezet, nestelt de plaat zich vrijwel permanent onder het schedeldak van de luisteraar. Het is niet zuivere psychedelische rock trouwens, maar een rauwere variant daarop. Gitaren vol feedback met voorzichtige bluesuitstapjes, een drummer die niet van ophouden weet, dromerige jams, bedwelmende zang en een houding die vooral bij de betere garagepunkbands het slechtste bij iedereen naar boven brengt. Het doet denken aan Pink Floyd, Blue Cheer, Jimi Hendrix en Black Sabbath die elkaar ergens in een kosmische garage hebben ontmoet en elkaar muzikaal de handen schudden. Freak out!
Met het openingsnummer Flooding The Mountains zet de Groningse/Friese band Greyline de luisteraar direct op het verkeerde been. In plaats van een heftige rockband lijkt het alsof 16 Horsepower uit de as is herrezen. Dat duurt niet lang, maar de toon is gezet. Behind The Masquerade keert vervolgens terug op een pad van zware riffs en dynamische nummers vol heavy rock, stoner, metal en grunge. Zanger Jabe Faber beschikt over een fraaie brul en laat het grunten voor de verandering links liggen. Een verademing. Al zou een extra laagje schuurpapier in zijn keel het geheel misschien naar een nog hoger plan tillen. Greyline is niet voor één gat te vangen. Denk je net naar een strak stonernummer te zitten luisteren, dan verandert het nummer gaandeweg in een metalnummer met hardcore-invloeden. Vooral met deze soepele overgangen onderscheidt de band zich en laat haar ware, eigen gezicht zien. Ook al wordt die bij voorkeur verstopt achter een masker. Het album is overigens gratis te downloaden op de site van Greyline, al geniet de aanschaf van een plaat op vinyl of cd natuurlijk altijd de voorkeur.
Na de retro thrash van Battalion gaan we een stukje noorderlijker en komen terecht in Hamburg. We blijven echter in de retrohoek zitten. De uit deze stad afkomstige band noemt zich Painted Air en de naam alleen al klinkt behoorlijk sixties. Na het beluisteren van Come On 69 waant de luisteraar zich al helemaal in de jaren '60. Twaalf heerlijke garagerocknummers met een immer aanstekelijke orgel die links en rechts de gaten opvult. Het prettige van Painted Air is dat de band naast de voor de handliggende retrosound ook een dun psychedelisch laagje weet aan te brengen. Het uit Griekenland afkomstige Green Cookie Records komt regelmatig met opvallend venijnig klinkende acts op de proppen en Painted Air past perfect in die traditie. De band vliegt geen enkel moment uit de bocht, echt gevaarlijk wordt het nooit, maar de plaat blijft de volle 33 minuten de aandacht vasthouden.
Tijdens de hoogtijdagen van thrash metal waren de jongens van Battalion nog niet eens geboren. Deze Zwitsers hebben hun jeugd doorgebracht met het luisteren naar iedere thrash metal klassieker die er in de jaren '80 is uitgekomen. Battalion mag daarom met recht een retroband genoemd worden, want op Underdogs is geen enkele originele riff of oorspronkelijk idee te ontdekken. Het moet gezegd worden, dat wat deze vier jongen honden doen, ze ook direct erg goed doen. Dat geldt ook voor de geweldige hoes. Het ontbreekt Battalion echter aan een eigen smoel. Underdogs is anno 2010 absosluut niet relevant, maar iedere liefhebber van thrash metal kan deze plaat met een gerust hart aanschaffen. Je zult niet teleurgesteld worden. Vanaf morgen ligt de plaat bij de betere heavy platenboer in de schappen. Ondertussen kan je nog even die klassiekers uit de kast halen om te horen waar al die riffs die op Underdogs staan vandaan komen.
De vraag wie Sergeant Peper heeft vermoord wordt niet duidelijk beantwoord door The Brian Jonestown Massacre, maar de kans is groot dat de band dat zelf heeft gedaan. Als je tenminste de bijna 72 minuten durende drugstrip van BJM hebt ondergaan. De band gaat al 20 jaar mee en hoewel de meeste leden in de loop der tijd inwisselbaar bleken, is de enige constante factor in de persoon van Anton Newcombe doorgegaan met proberen een plaat te maken waar Brian Jones trots op zou zijn geweest. Met Who Killed Sgt. Pepper? zou dat wel eens gelukt kunnen zijn. BJM staat zoals te verwachten stevig in de jaren '60, maar kiest met bijvoorbeeld de luie beats en ambientachtige drones ook voor een meer hedendaagse aanpak. Daarnaast liggen de invloeden van Primal Scream en de bands uit de eerste helft van de jaren '80 die tot de Paisley Underground werden gererekend er dik bovenop. Zelfs Joy Division komt tijdens This Is One Thing We Did Not Want To Happen om de hoek kijken. Het maakt van Who Killed Sgt. Pepper? een plaat dat van heel veel verschillende ideeën aan elkaar hangt, zonder het gevoel te geven dat het geheel op enig moment in elkaar kan storten. Anton Newcombe heeft het voor elkaar gekregen: meer is meer en meer is beter.
Na bijna 2 maanden in het nieuwe decennium is de score wat betreft opzienbarende releases uitermate karig. Eigenlijk heb ik nog geen enkele plaat gehoord die boven die gruwelijke grijze middelmaat weet uit te steken. Links en rechts worden platen omhoog geschreven, maar dat lijkt meer uit onwetendheid dan uit overtuiging te gebeuren. Leukste plaat tot dusver is de nieuwe van Hipbone Slim & The Knee Tremblers. Niet dat er hele opzienbarende dingen gebeuren op The Kneeanderthal Sounds Of, maar wat dit trio doet, doet het ook meteen heel goed. Authentieke, rauwe rock 'n' roll waarbij ongeveer iedere rock 'n' roll grootheid de revue passeert. Dit trio gaat dan ook al een hele tijd mee en de leden hebben afzonderlijk van elkaar al in tig bandjes gespeeld. The Kneeanderthal Sounds Of onderscheidt zich vooral door de schijnbare natuurlijke symbiose tussen rock 'n' roll, garagerock, surf, rockabilly, blues en r&b. Veel betere authentieke rock 'n' roll platen zullen er dit jaar niet verschijnen. Zoveel is zeker.
Even voor de duidelijkheid. Deze plaat is niet bedoeld als achtergrondmuziek. Die fout maakte ik namelijk. Even een paar plaatjes opzetten, waaronder die van SardoniS, om vervolgens de afwas te doen en een selectie maken uit de grote stapel rekeningen, die nu echt een keer betaald moet worden. Gebruik je deze plaat namelijk als achtergrondmuziek dan zal het oordeel waarschijnlijk niet verder gaan dan een leuke Black Sabbath-kloon zonder zanger. In dat geval mis je veel. Heel veel. De titelloze debuutplaat van SardoniS beschikt namelijk over de ene killerriff na de andere en kent een Drummer met een hoofdletter D. Zangers en bassisten mogen zich ernstig zorgen gaan maken na het beluisteren van deze plaat. De uit België afkomstige Roel Paulussen (gitaar) en Jelle Stevens (drums) laten horen dat meer dan twee muzikanten niet nodig zijn om een enerverende plaat vol doom en stonerrock te maken.