Uit Griekenland komen en je band Dirty Fuse noemen. Dat schept verwachtingen. Verwachtingen die te maken hebben met de economische wurggreep waarin dat land zit en de terechte felle reactie daarop. Afgelopen weekend speelden de Grieken die zich Bazooka en Gay Anniversary nog de ballen van lijf in Vera. Met een enorme fuck you houding en nog grotere lading aggressie en frustratie speelden deze bands alsof het hun laatste dag op aarde was. Bij Dirty Fuse is daar echter geen enkele sprake van. Het kwartet uit Athene speelt instrumentale surfrock en doet dat allemaal keurig volgens het boekje. Netjes, beschaafd en met heel veel deodorant onder de oksels. Dirty Fuse maakt geen muziek voor zweterige undergroundholen waar de laatste drachme euro wordt besteed aan de goedkoopste ouzo. De muziek is dusdanig opgepoetst dat het gemakkelijk als achtergrondmuziek dienst kan doen in viersterrenhotels langs de kust waar Russen met te veel geld hun borden vol scheppen en het personeel onbeschoft behandelen. Er zal niemand zijn die aanstoot neemt aan Dirty Fuse. Dat zal ik deze zomer persoonlijk gaan checken.
Oor: A Blade For Damascus - Dirty Fuse
De mensen die Anton Newcombe steeds om zich heen verzamelt om onder de naam The Brian Jonestown Massacre een plaat op te nemen, mag dan aan hevige veranderingen en grootse ruzies onderhevig zijn, af en toe komen er ook mensen terug. Mensen die ooit hebben gezworen nooit meer in de nabijheid van Newcombe te vertoeven. Matt Hollywood stormde bijvoorbeeld ooit woedend van het podium en was helemaal klaar met alles wat met The Brian Jonestown Massacre te maken had. Hij doet gewoon mee op de nieuwe plaat. Daarnaast heeft Newcombe ook gebruik gemaakt van ene Will Carruthers. Die ooit in Spacemen 3 en Spiritualized speelde. Dankzij deze heren is Aufheben een voor The Brian Jonestown Massacre begrippen opvallend samenhangend geheel geworden. Een soort bloemlezing van alle voorgaande platen. Een geheel dat uiteraard ongrijpbaar, wereldvreemd en zweverig blijft. De plaat kent slechts één zwak moment. Ergens halverwege staat Face Down On The Moon. Een niemandalletje van ruim vijf minuten dat nog het meest doet denken aan een afgekeurd brouwsel van Toots Thielemans. Daarna is het echter weer heerlijk trippen op de weirde, eigentijdse psychedelica van The Brian Jonestown Massacre.
Oog & oor: I Wanna Hold Your Other Hand - The Brian Jonestown Massacre
Slovenly Records bestaat tien jaar en doet moet gevierd worden. Zaterdag gebeurde dat op gepaste wijze in Vera. Liefst zes bands staan op het programma. Als eerste is The Anomalys aan de beurt. De enige band uit onze hoofdstad die er daadwerkelijk toe doet. Het trio verkeerd niet in grootste vorm, maar zelfs dan wordt er een dampende garagepunkshow opgevoerd. En passant wordt het midtemponummer gespeeld dat volgende week als eerste release op MV50 Records verschijnt en het klinkt zeer veelbelovend. Lo-Lite komt uit Arnhem en het duo (drums, gitaar en zang) brengt rauwe garageblues. De zang is net iets te flets, waardoor het optreden niet helemaal uit de verf komt.
Hellshovel is een afgeleide van het op deze planeet zeer populiare Demon's Claws. Eigenzinnigheid kan de mannen uit Canada niet ontzegd worden, sterke songs wel. Het optreden begint heel matig, de nummers lijken op de kliekjes die door Demon's Claws zijn afgekeurd en een tweede kans krijgen bij Hellshovel. Pas tegen het einde komt er iets los bij de band en is de gezapigheid verdwenen. Hellshovel is een twijfelgeval, maar krijgt voorlopig het voordeel van de twijfel. De debuut lp komt eind van de maand uit, waarna een eindoordeel geveld kan worden. Hele andere koek is J.C. Satàn. Hels, intens en een echt wijf dat de longen uit haar inmense lichaam schreeuwt. De vorig jaar verschenen tweede lp Hell Death Samba mag dan niet dezelfde impact hebben als het mooie debuut Sick Of Love, op het podium is daar niets van te merken. Geweldige band en een absolute must see.
Als afsluiting staan er twee Griekse bands op het programma. Helaas geen Acid Baby Jesus, maar wel Bazooka en Gay Anniverary. In de kelderbar zijn deze twee garagepunkbands precies op de juiste plaats. Bazooka, met twee drummers, speelt een bezielende set en op het moment dat het hoogtepunt lijkt te zijn bereikt gaat Gay Anniversay met zes man en opvallend veel koppen die ook in Bazooka spelen daar met gemak nog overheen. Wat mij betreft wordt ieder jaar op deze wijze de verjaardag van Slovenly Records gevierd.
Op zijn eerste twee platen laat Cheap Time al horen diverse stijlen bij elkaar te harken, ze flink door elkaar te schudden, om er vervolgens mee aan de slag te gaan. Die aanpak blijkt op de nieuwe plaat niet veranderd. Toch is Wallpaper Music niet het resultaat van een kunstje dat steeds opnieuw wordt opgevoerd en net iets anders klinkt dan het vorige kunstje. De enige constante factor in het geluid van Cheap Time is namelijk de verveelde en eeuwig verkouden klinkende stem van Jeffrey Novak. Vervolgens worden punk, glamrock en powerpop onder handen genomen door Novak, die ook gitaar speelt, samen met een bassist en een drummer die in de loop der jaren inwisselbaar blijken te zijn. Uit zijn teksten blijkt dat Novak vooral veel observeert, zich verbaast over de mensen om hem heen en zich nog steeds geen houding weet te geven in de wereld. Op Wallpaper Music permiteert hij zich om meer ruimte te geven aan experimenten. Experimenten die echter allemaal in dienst staan van zijn liedjes. De song is en blijft namelijk heilig voor Novak en dit lijkt zijn enige houvast te zijn in een wereld die duidelijk niet de zijne is. Wallpaper Music is een met zorg gemaakte garagepunkplaat die de tand des tijds met gemak zal doorstaan. Cheap Time moet blijven!
Oog & oor: Another Time - Cheap Time
Ty Segall en ik hebben een moeizame relatie. De ene keer neemt hij een rits sterke nummers op om op een volgende plaat er schijnbaar met de pet naar te gooien. Zijn vorige plaat Goodbye Bread kan bijvoorbeeld maar matig boeien, terwijl de vorig jaar verschenen singleverzamelaar Singles 2007-2010 juist een enerverende luisterervaring oplevert. Voor 2012 heeft Segall de nodige releases aangekondigd. Afgaande op de eerste in die reeks mag er toch wel wat verwacht van worden. Samen met White Fence zijn acht nummers opgenomen die laten horen dat de combinatie van sterke songs met de juiste ik-rotzooi-maar-wat-aan houding in de studio mooie dingen kan opleveren. Er is nog iets over van de glamrock van Goodbye Bread, maar die wordt stevig onder handen genomen door de nodige folk-rock en giftige garagerock. Waar nodig wordt een orgel ingezet, terwijl de drums klinken alsof Keith Moon als zombie is teruggekeerd. Wat verder opvalt is het bovengemiddelde gebruik van de akoestische gitaar. Hair wordt omgeven door een heerlijke sixtiesvibe zonder een moment terug te vallen tot platte retrorock. Het lijkt alsof op de plaat White Fence steeds pogingen doet om Segall niet te laten ontsnappen, maar dat de band het halverwege de songs opgeeft en Segall toch maar de vrije hand laat. Een goeie methode. Ik ben benieuwd of Segall nog meer moois in petto heeft dit jaar.
Oor: I Am Not A Game - Ty Segall & White Fence
Als kind verstond hij het niet helemaal goed. In plaats van “There is a balm in Gilead” verstond Lee Baines “There is a bomb in Gilead”. Een goede reden om je eerste plaat die titel mee te geven. Al is het niet zo dat Lee Baines met deze plaat ergens een bom onder legt. Samen met zijn band The Glory Fires gaat Baines het pad af in zuidelijke richting. Richting southern rock, gospel, garagerock en country. There Is A Bomb In Gilead is een plaat die geen enkel moment het zuiden van Amerika verlaat of het moet zijn om de puntjes op de i te laten zetten in de studio van Jim Diamond in Detroit. De man die onder meer werkte met The Dirtbombs, The Ponys, The White Stripes en nog een handvol bands die veel meer aandacht verdienen dan ze krijgen. Lee Baines groeide op in Alabama en zingt alsof hij zijn hele leven naar niets anders dan southern rock heeft mogen luisteren, al komen in zijn teksten ook bands als Ramones en Fugazi voorbij. Bij gebrek aan een daadwerkelijke road trip door het zuiden van Amerika is de plaat van Lee Baines III & The Glory Fires een mooi alternatief. Wel zo veilig, goedkoop en mooi op tijd thuis waar de Hollandse piepers al op het vuur staan. Uitgebracht door Alive Records.
Oor: Centreville - Lee Baines III & The Glory Fires
De titel zegt veel, maar zeker niet alles over de eerste soloplaat van Menic. Hij is opgegroeid in Boston, maar woont tegenwoordig in Bern. Dat verklaart direct waarom Railroad Blues Anthology is verschenen op het Zwitserse Voodoo Rhythm Records label. Voor een Voodoo Rhythm-plaat is het geluid overigens opvallend helder te noemen. Wat weer gecompenseerd wordt door de donkere kant van het leven dat bezongen wordt door Menic. Maar goed, die titel dus. Het Railroad-gedeelte klopt in ieder geval. Menic neemt de luisteraar mee naar allerlei plaatsen op de wereld. De plaat is een reis door ruimte en tijd en de traditie wil dat zo'n reis per trein gaat. Het liefst zonder kaartje. Het blues-gedeelte van de titel klopt slecht deels. Er zijn bluesinvloeden hoorbaar, maar het gros der nummers bestaat uit americana, bluegrass en folk. Het anthologie-gedeelte doet vermoeden dat Menic nog veel meer in petto heeft. Samen met zijn band The Buncrana Firecrackers is Menic deze maand in het land. Groningen (13 mei), Amsterdam (16 mei) en Middelburg (18 mei) vallen de eer te beurt de man die met de halve Voodoo Rhythm-stal heeft samengespeeld te mogen ontvangen.
Oor: Shake My Bones - Menic
Billy Childish en Sexton Ming werken sinds 1979 regelmatig samen. De ene keer houden ze het bij het maken van schilderijen, een andere keer worden er platen opgenomen en als het echt niet anders kan wordt er gewerkt aan poëzie. De laatste muzikale samenwerking dateert van 2002 met de plaat Here Comes The Fleece Geese. Nog één keer wilden ze samen een plaat maken en hebben plechtig beloofd dat Dung Beetle Rolls Again hun laatste muzikale samenwerking is. Slechts een enkeling zal daar om treuren. De nieuwe plaat kent namelijk geen standaard aanpak. Het gebruik van instrumenten is minimaal. Er wordt alleen af en toe gebruik gemaakt van een krakkemikkige accordeon en van de goedkoopste akoestische gitaar die verkrijgbaar was bij de plaatselijk kringloopwinkel. De plaat wordt gedragen door een stem die klinkt alsof het afkomstig van een kluizenaar die al jaren alleen met zichzelf aan het praten is. Qua klankkleur doet het denken aan een kruising tussen het in verre staat van ontbinding zijnde lijk van Captain Beefheart en een ernstig verminkte Tom Waits. Dung Beetle Rolls Again is een plaat die slechts voor weinigen is weggelegd.
Je moet tijdens je leven toch wel wat betekend hebben als je vrienden 16 jaar na je dood nog steeds met veel gevoel met je onafgewerkte materiaal aan de slag gaan en er een mooie plaat van maken. Ruim twee jaar geleden verscheen We Are Only Riders. Een plaat met werk van Jeffrey Lee Pierce uitgevoerd door vrienden, bekenden en bewonderaars. Het blijkt geen eenmalig project te zijn, want het onlangs verschenen The Journey Is Long kent zo nodig nog meer sterke songs. De meeste nummers zijn een interpretatie van schetsmatig werk van Pierce. Maar er zijn ook twee versies van The Breaking Hands van lp Mother Juno uit 1987. De ene versie is van Mark Lanegan en Isobel Campbell, waarbij aangetekend dient te worden dat de iele smurfenstem van Campbell deze keer wel heel erg bleekjes afsteekt bij de warme bromstem van Lanegan. Interessanter en ingetogener is de versie die Nick Cave en Debbie Harry hebben gemaakt. Vooral de deelname van Debbie Harry zal JLP als voormalig voorzitter van de Blondiefanclub deugd hebben gedaan. Doordat ieder nummer door een ander wordt uitgevoerd en de deelnemers geen zicht hadden op hetgeen de andere deelnemers maakten is The Journey Is Long geen coherente plaat geworden, maar wordt het wel duidelijk dat JLP nog een paar mooie platen had kunnen maken als hij niet op 31 maart 1996 was overleden. Het lukt Tav Falco's Panther Burns overigens om het dichts in de buurt van een The Gun Club nummer te komen met The Jungle Book.
Oor: The Jungle Book - Tav Falco's Panther Burns
Een gitaar met drie snaren, een orgeltje dat met duct tape bij elkaar wordt gehouden en cassettebandjes waar de beat op staat. Meer instrumenten heeft het Oostenrijkse duo The Happy Kids niet nodig. Na ieder nummer wordt er een andere cassette in de cassetterecorder gedaan. Een cassetterecorder die morgen op de rommelmarkt niet meer dan een euro zal opleveren, als het überhaupt verkocht gaat worden. Als je wilt weten hoe lo-fi trash klinkt moet je bij The Happy Kids zijn. De band speelt vooral veel covers, die echter allemaal een geheel eigen invulling krijgen. Slechts het rammelende geraamte van de songs blijft overeind. Het is een wankel evenwicht en aan het eind van de meeste nummers wordt er een zetje gegeven, waardoor het geheel alsnog omvalt. Een vermakelijk duo. Heel anders gaat het toe met Brat Farrar. Dat is dus die ene van Digger And The Pussycats die onlangs met zijn soloplaat kwam. Live neemt hij echter een bassist en een drummer mee. Zelfs neemt Brat Farrar de zang en gitaar voor zijn rekening. Straight up Aussie punk is wat het trio het opgezweepte publiek voorschotelt en in de zweterige kelderbar van Vera wordt er gretig gebruik gemaakt hetgeen het punktrio te bieden heeft. Tijdens de toegift is er zelfs plaats voor I Wanna Fuck You van The Ponys. Om nog maar eens te onderstrepen dat het met Brat Farrar helemaal goed zit.